De Algemene Directie Crisiscentrum (ADCC) staat 24u/24 ten dienste van de federale regering.
Ze verzamelt, analyseert en verspreidt op permanente basis relevante informatie aan de beleidsmatige en uitvoerende autoriteiten.
Bijkomend biedt het Crisiscentrum zijn infrastructuur en expertise aan bij het interdepartementaal beheer en de coördinatie van noodsituaties op nationaal niveau.
De opdrachten van het Crisiscentrum vloeien voort uit het koninklijk besluit van 18 april 1988, dat een crisis definieert als een gebeurtenis die wegens haar aard of gevolgen de vitale belangen van het land of de essentiële behoeften van de bevolking bedreigt, die een dringende besluitvorming vereist of die een gecoördineerde inzet van verscheidene departementen en instellingen vergt.
De aanpak van noodsituaties door de overheden wordt beschreven in noodplannen: Algemene Nood- en Interventieplannen, Bijzondere Nood- en Interventieplannen, monodisciplinaire interventieplannen, ...
Op de verschillende overheidsniveaus bestaan er tal van noodplannen voor de aanpak van incidenten. Bij de noodplanning en het crisisbeheer is er dus een gefaseerde aanpak. Afhankelijk van de aard van het incident, wordt de hulpverlening bij een noodsituatie gecoördineerd op gemeentelijk, provinciaal of nationaal niveau.
In de noodplannen staan de vooraf gemaakte afspraken over wat gedaan moet worden, en door welke diensten. De bedoeling ervan is de noodsituatie onder controle te krijgen en de veiligheid van de bevolking te waarborgen.
De hulpdiensten beschikken bovendien over eigen interventieplannen die hun werking bij incidenten in detail beschrijven zoals het Medisch Interventieplan of het Pycho-Sociaal Interventieplan. Vaak hebben ook ondernemingen interne noodplannen.
De Algemene Directie Crisiscentrum waakt namens de Minister van Binnenlandse Zaken over de Openbare Orde.
Dit houdt in dat zij:
Het Crisiscentrum doet dit door:
Op basis van evaluaties stelt het Crisiscentrum voorzorgs- en/of beschermingsmaatregelen voor aan de Minister van Binnenlandse Zaken.
Na goedkeuring worden de maatregelen doorgegeven aan de politie- en inlichtingendiensten, die de maatregelen in uitvoering brengen:
Het palet aan voorzorgs- en/of beschermingsmaatregelen is zeer ruim en draait rond volgende modaliteiten:
De Minister van Binnenlandse Zaken is bevoegd voor het waarborgen van de veiligheid van personaliteiten (staats- en regeringsleiders, ministers, …) tijdens hun verblijf en verplaatsingen in België en diplomatieke en Europese instellingen in België. Het Crisiscentrum voert deze bevoegdheid namens de Minister uit.
Om de veiligheid van deze personaliteiten op elk ogenblik te kunnen waarborgen en de samenwerking tussen de veiligheidsdiensten vlot te laten verlopen is een gezamenlijke en gecoördineerde aanpak nodig.
Dit betekent:
Het Crisiscentrum waarborgt de veiligheid van buitenlandse personaliteiten bij een bezoek aan ons land (Staatshoofden, Regeringsleiders, Ministers van Buitenlandse Zaken, …). Regelmatig zijn er zulke bezoeken van VIP’s, gezien o.a. de aanwezigheid van de Europese instellingen en de NAVO op ons grondgebied. In het verlengde daarvan is België het gastland voor de organisatie van de Europese Tops, waarbij telkens meerdere buitenlandse regeringsleiders aanwezig zijn in ons land.
Jaarlijks behandelt het Crisiscentrum ruim 3000 dossiers van personaliteiten die op bezoek komen en waarvoor wordt nagegaan welke de geschikte maatregelen zijn qua opvang, veiligheid, bescherming en escortes.
Het Crisiscentrum is de coördinator voor de activiteiten gerelateerd aan kritieke infrastructuur in België. Het treedt op als Belgisch contactpunt met de Europese lidstaten en met de Europese Commissie. Onder de vleugels van het Crisiscentrum werd hiertoe in 2009 de Directie Kritieke Infrastructuur opgericht.
In haar functie van nationale coördinator zit het Crisiscentrum de stuurgroep voor met de relevante overheidspartners. Deze werkzaamheden hebben geleid tot de wet van 1 juli 2011 betreffende de beveiliging en de bescherming van de kritieke infrastructuren.
Wet betreffende de beveiliging en de bescherming van de kritieke infrastructuren
Deze wet stelt een mechanisme in van beveiliging en van bescherming van Europese en nationale kritieke infrastructuren, alsook van andere punten van federaal belang en van punten van lokaal belang. De wet vormt, samen met het koninklijk besluit van 2 december 2011 betreffende de kritieke infrastructuren in de deelsector van het luchtvervoer, de omzetting van de Richtlijn 2008/114/ EG van de Raad van 8 december.
De maatregelen ter beveiliging en ter bescherming spitsen zich toe op elke gebeurtenis die van aard is om schade aan de infrastructuur of een andere punt die er het voorwerp van uitmaakt toe te brengen, te voorkomen of te verhinderen. De wetgeving situeert zich in het domein van de preventie. Daarmee onderscheidt ze zich van de voorbereiding op het beheer van een noodsituatie, waarvoor de wettelijke en reglementaire bepalingen dienen te worden toegepast.
Definitie Kritieke infrastructuur
Zoals beschreven in de wetgeving, is een kritieke infrastructuur « een installatie, een systeem of een deel daarvan, van federaal belang, dat van essentieel belang is voor het behoud van vitale maatschappelijke functies, de gezondheid, de veiligheid, de beveiliging, de economische welvaart of het maatschappelijk welzijn, waarvan de verstoring van de werking of de vernietiging een aanzienlijke weerslag zou hebben doordat die functies ontregeld zouden raken ».
Het gaat erom te waken over het behouden van de vitale productie en transport van energie, de vitale knooppunten van het vervoer, de onontbeerlijke schakels in het elektronische betalingsverkeer of nog de vitale verbindingen van de elektronische communicatie.
Sectoren
De wetgeving voorziet 4 sectoren waarbinnen de kritieke infrastructuren worden geïdentificeerd door de bevoegde vakdepartementen, met advies van de privé-actoren, in nauw overleg met het Crisiscentrum:
De identificatie van de infrastructuren is geen eenmalige oefening, maar een permanente opdracht. De mogelijkheid is open gelaten om bij Koninklijk besluit het aantal sectoren uit te breiden.
Interne beveiligingsmaatregelen
Elke kritieke infrastructuur moet beschikken over:
Externe beschermingsmaatregelen
Naast de interne beveiligingsmaatregelen, te nemen door de exploitant, kan de overheid externe beschermingsmaatregelen in plaats stellen. Deze maatregelen zijn eveneens gradueel van aard en worden dus bepaald in functie van de evaluatie van de dreiging.
De interne en externe maatregelen worden afgestemd op elkaar om een optimaal niveau van beveiliging en bescherming te bekomen. De oplijsting van kritieke infrastructuren biedt de kans dit mechanisme voor te bereiden en te oefenen.
Controle en sancties
De verplichtingen die voortvloeien uit de wet en de KB’s worden gecontroleerd door de inspectiediensten van de bevoegde vakdepartementen.
EPCIP Contact Point
In haar functie van Belgisch contactpunt voor EPCIP (European Programme for Critical Infrastructure Protection) onderhoudt het Crisiscentrum contacten met de Europese lidstaten met het oog op de identificatie en de aanduiding van Europese kritieke infrastructuren (ECI). Bovendien is ze het contactpunt voor lidstaten waarmee er een akkoord is over ECIs voor de uitwisseling van informatie over pertinente potentiële dreigingen van opzettelijke handelingen met het oog op de verstoring van de werking of de vernietiging van de Europese kritieke infrastructuur.
Daarnaast voorziet het Crisiscentrum de Europese Commissie van de nodige rapportage.
Geharmoniseerd mechanisme
De wetgeving is dus de kapstok om de bescherming (door de overheid) en de beveiliging (door de exploitanten) van die infrastructuren die door de bevoegde instanties als kritiek aangeduid worden, op systematisch wijze voor te bereiden en uit te voeren.
Met deze wetgeving beschikt ons land over een geharmoniseerd mechanisme van beveiliging en bescherming van zowel de nationale als de Europese kritieke infrastructuren.
Punten van federaal belang en punten van lokaal belang
De andere punten van federaal belang zijn essentieel voor bepaalde federale opdrachten:
De andere punten van lokaal belang zijn essentieel voor de opdrachten van de bestuurlijke politie op lokaal niveau. Terwijl voor de kritieke infrastructuur een dubbel stelsel van interne en externe maatregelen in voege wordt gesteld, zijn voor de andere punten van federaal en lokaal belang enkel de externe maatregelen van toepassing.
Noodsituaties worden gecoördineerd op gemeentelijk, provinciaal of federaal vlak, zoals geregeld bij Koninklijk Besluit van 16 februari 2006.
Het niveau van het crisisbeheer wordt bepaald op basis van verschillende criteria:
GEMEENTELIJK NIVEAU |
PROVINCIAAL NIVEAU |
NATIONAAL NIVEAU |
Iedere noodsituatie wordt bestreden door interventiediensten. Hun opdrachten zijn verspreid over vijf disciplines. Elk van die disciplines stelt een monodisciplinair interventieplan op waarin de eigen werking wordt beschreven.
1. Discipline 1: de hulpverleningsoperaties
2. Discipline 2: de medische, sanitaire en psychosociale hulpverlening
3. Discipline 3: de politie van de plaats van de noodsituatie
4. Discipline 4: logistieke steun
5. Discipline 5: informatie
Waar staan de sirenes ?
Bij sommige noodsituaties kan een snelle waarschuwing van de bevolking van levensbelang zijn. Daartoe beheert Binnenlandse Zaken een sirenenetwerk van ruim 550 sirenes.
De sirenes zijn opgesteld rond industriële ondernemingen met een verhoogd risico (seveso-ondernemingen met hoge drempel) en rond de nucleaire zones in Doel, Mol-Dessel, Tihange, Fleurus, Borssele (Nederland) en Chooz (Frankrijk).
De toestellen kunnen worden geactiveerd vanuit de Permanente Eenheden van de Civiele Bescherming (Liedekerke, Libramont, Ghlin, Crisnée, Jabbeke en Brasschaat).
Alternatieve alarmeringskanalen (zoals verwittiging per SMS) worden onderzocht of bevinden zich in een testfase. De doelstelling is om zoveel mogelijk burgers te kunnen alarmeren via een waaier van kanalen binnen een korte termijn.
SMS voor doven en slechthorenden
Doven en slechthorenden kunnen zich inschrijven via http://www.telecontact.be om een waarschuwing per SMS te ontvangen. Zij krijgen dan een bericht wanneer de sirenes worden geactiveerd.
Wat doen als de sirenes loeien?
Als u een sirene hoort bij een noodsituatie, is de juiste reflex:
1. Blijf binnen of ga naar binnen
2. Sluit ramen en deuren
3. Volg de aanbevelingen van de overheid via de media
De toon van de sirenes is niet altijd hetzelfde. Er kunnen ook gesproken berichten door de luidsprekers klinken. Ze herhalen de maatregelen die u kunt nemen.
Sirenetest
Alle sirenes worden tweemaal per dag getest. Daarvoor produceren ze een geluid dat niet waarneembaar is voor het menselijk gehoor. Zo kunnen de verschillende elementen van de sirene getest worden. Het goed opvolgen van de herstellingen resulteert in een werkingsgraad hoger dan 98 %.
Elke eerste donderdag van elk trimester, tussen 11u45 en 13u15, is er een luide test gedurende één minuut. Hierbij dient u niets te ondernemen.
Bij reëel gevaar worden de huiltonen langer uitgestuurd en kan dit meermaals worden herhaald.